Home Vaste planten

Vaste planten

Vaste planten

Vaste planten vormen de belangrijkste groep tuinplanten binnen de kruidachtige gewassen. Met name de laatste 20 à 25 jaar zijn ze sterk in betekenis toegenomen. Tuinen zonder vaste planten zijn ondenkbaar. Ze zijn overblijvend, met andere woorden ze gaan jarenlang mee. Dat houdt tegelijkertijd in dat ze winterhard zijn, enkele uitzonderingen daargelaten. In de meeste gevallen sterven vaste planten in het late najaar boven de grond af en overwinteren ondergronds. Maar er zijn wat buitenbeentjes die zich niet in de grond terugtrekken en groen blijven.

Zeer veelzijdig

Vaste planten zijn uitermate veelzijdig. Er zijn soorten die al in de eerste maanden van het jaar in bloei komen (kerstrozen), en andere die in november nog wat bloemen tonen (zilverkaars). Ook in hoogte zijn er grote verschillen. Zo zijn er plantjes die slechts 5 cm hoog worden (kruiptijm – Thymus praecox), en andere die wel tot 250 cm reiken (pluimpapaver – Macleaya). Dat alle bloemkleuren vertegenwoordigd zijn en er ook in habitus en bloeiwijze grote verschillen zijn, zal geen verwondering wekken. Er zijn vaste planten voor alle grondsoorten en plaatsen, van droog tot erg nat en voor uitgesproken zonnig tot zeer schaduwrijk. Bovendien is het aanpassingsvermogen van veel vaste planten ten aanzien van bodem en standplaats ook nog vrij groot. Ideale planten dus, die zoals gezegd in geen enkele tuin mogen ontbreken.

Succesvolle aanpassing

De vaste planten die in onze tuinen worden toegepast komen overal vandaan, maar vooral uit Noord-Amerika, Europa en het noordelijke deel van Azië, dus China, Japan en Korea. Slechts enkele soorten komen uit eigen land zoals duizendblad (Alchilla millefolium), Engels gras (Armeria maratima) en zenegroen (Ajuga reptans). Vrijwel steeds hebben de cultuurvormen van inlandse soorten tot onze siertuinen weten door te dringen en dat ligt voor de planten van elders niet veel anders. Maar er zijn ook ‘echte’ wilde soorten zoals vrouwenmantel (Alchemilla mollis) uit de Karpaten en West-Azië, gebroken hartjes (Dicentra spectabilis) uit China en Korea en Lupinus polyphyllus uit Noord-Amerika.
Het is een wonderlijke zaak dat al die verschillende vaste planten, die van nature onder toch heel verschillende omstandigheden groeien, zich hebben weten aan te passen aan onze tuinen. Uiteraard moeten we bij de keuze van planten rekening houden met de grondsoort waarin ze komen te staan. Hoewel de tolerantie vrij groot is, heeft het geen zin om Astilbe (spirea) te planten in grond die van nature erg droog is; Anchusa (ossentong) en Eryngium alpinum (alpendistel)  gaan onherroepelijk dood als ze in erg vochtige grond moeten opgroeien. Bovendien zal de Alpendistel de fraaie blauwe kleur missen die hem zo attractief maakt. Er kan dus veel, maar we moeten niet het onmogelijke willen. Ter geruststelling: 75 tot 80 procent van alle gangbare vaste planten is snel tevreden.

Planttijd en –afstand

Vrijwel alle vaste planten worden tegenwoordig in potten geteeld. Daarom is er een eind gekomen aan de noodzaak (vrijwel) uitsluitend in de rustperiode van de verschillende soorten te planten. Eigenlijk kan (bijna) het hele jaar rond worden geplant, maar de praktijk leert dat vooral in de maanden maart-april-mei en in mindere mate in oktober de vaste planten (en die niet alleen) in de tuinen terecht komen. Plant in ieder geval de voorjaarsbloeiers in het najaar, ze wortelen dan nog en zijn in het voorjaar direct ‘in vorm’. Zomerbloeiers kunnen ook in het voorjaar worden geplant. Het spreekt voor zich dat niet echt betrouwbare winterharde soorten ook pas in het voorjaar worden geplant.
Over de gewenst plantafstand is niet zo erg veel te melden. Over het algemeen wordt uitgegaan van een standaard van 11 per m2. Maar dat is een gemiddelde, want pampasgras heeft alleen al meer dan 1 m2 nodig en voor Engels gras en huislooksoortjes gelden plantafstanden van 20 à 25 cm. Een tuin moet in geen geval worden vol geplant, maar binnen enkele jaren vol groeien.

Toepassing

Vaste planten zijn uitermate gevarieerd in hun verschijningsvorm. Dat betekent dat ze alom inzetbaar zijn, maar meestal worden ze in borders ondergebracht. Een rustige achtergrond zoals een taxushaag of een goed beplante schutting of muur geven een border een extra dimensie. Zo’n border moet ‘enige maat’ hebben, vaak wordt een lengte-breedteverhouding van 3:1 aangehouden. Maak hem in elk geval voldoende diep, 2,5 à 3 m, maar één en ander is mede afhankelijk van het totaalplan.
Bij het kiezen van de planten moeten we een aantal zaken in de gaten houden: bloeitijd, bloemkleur, bloeiwijze, groeihoogte, habitus en de sierwaarde in niet-bloeiende toestand. Dat laatste wordt nogal eens vergeten en dat is jammer. De realiteit is immers dat vaste planten veelal slechts vier tot zes weken bloeien. Het is dan ook van onschatbare waarde als planten decoratief blad bezitten, de uitgebloeide bloemen sierwaarde hebben of zich mooie vruchten of zaden ontwikkelen. Dat laatste komt echter betrekkelijk weinig voor. Planten die heel kort bloeien en lelijk blad hebben, maar die we toch niet willen missen, moeten we buren geven die een en ander compenseren. De oosterse klaproos (Papaver oriëntale) bloeit slechts kort en het blad wordt daarna snel lelijk, maar een wolk gipskruid (Gypsophila ‘Bristol Fairy’) bedekt dat lelijke blad vrij snel. Het streven is de border zo in te richten dat er het hele groeiseizoen bloemen zijn. Dat kan natuurlijk, maar er moet ook een hoogtepunt zijn en dat valt meestal in de periode half juni-half september. Jammer is dat velen van ons dan met vakantie zijn en er dus niet van kunnen genieten. Het is echter niet moeilijk deze bloeitijden wat naar voren of naar achteren te schuiven door de plantenkeuze aan te passen. Op welk moment dan ook, probeer de border een bepaalde periode echt te laten ‘vlammen’.

Normaal gesproken loopt de hoogte van de planten in de border van voor naar achter op. Maar er is alles voor te zeggen die regel niet al te strak te hanteren. Enkele smalle hoogopgroeiende planten aan de voorkant zorgen voor extra spanning tussen pollenvormende en kruipende plantjes, waarbij enkele kruipende soorten de kans moeten krijgen een deel van de verharding in te nemen (behalve als het gazon op de border aansluit). Een middengroep met rijkbloeiende planten zoals Salvia nemorosa (bossalie), Centaurea montana (bergkorenbloem), Rudbeckia fulgida, Sidalcea en dergelijke sluit hierop aan en tenslotte de hoge soorten, die vaak laat in bloei komen. Let vooral ook op de bloeiwijze en wissel die zoveel mogelijk af, bolvormige kogeldistel met aarvormige kattenstaart bijvoorbeeld.
De kleurkeuze is heel persoonlijk, maar een enkele opmerking moet worden geplaatst. Een tijdlang zijn borders waarin blauw, paars, lila, violet, heel zachtgeel en lichtroze met grijsbladige planten werden gecombineerd erg populair geweest en ze vinden nog steeds veel aanhangers. Heel mooi en rustgevend ook, maar zo’n border vraagt wel om een zeer zonnige situering. Borders met vrijwel uitsluitend witbloeiende planten, bontbladige cultivars en grijze planten zijn heel apart. Rood, oranje en geel, vrolijk en uitdagend, is ook een mogelijkheid. Het is echter niet verstandig direct met zulke gewaagde combinaties te beginnen; een mengde border, niet al te bont, waar ‘alle’ kleuren in vertegenwoordigd zijn, is een goede start.
Verschillende vaste planten zijn ook heel geschikt als bodembedekker en enkele hebben zoveel uitstraling dat ze solitair kunnen worden gebruikt (pampagras). Vrijwel alle zogenaamde rotsplanten zijn vaste planten evenals alle of bijna alle water- en moerasplanten.

De buren

Vaste planten zijn uiterst inschikkelijk waar het om buurtbewoners gaat. Dat geldt met name voor bol- en knolgewassen die verwilderen en in het voorjaar voor kleur zorgen (sneeuwklokjes, winterakonietjes, narcisjes, sneeuwroem enzovoort). In hoeverre eenjarigen een aanvulling kunnen zijn op vaste planten staat vaak ter discussie. Alles kan natuurlijk, maar de vraag is in hoeverre afrikaantjes, petunia’s en vuursalie niet te ‘schel’ afsteken tegen de toch in het algemeen meer gedistingeerde vaste planten. Maar er zijn er ook die ermee harmoniëren: Cosmea, kattensnor, Salvia farinacea, siertabak en zomercipres. In een heesterbeplanting kunnen vaste planten ook een rol spelen. Uiteraard gaat het dan om forse, vrij hoge maar stevige planten zoals Acabthus mollis, geitenbaard, pluimpapaver, Lavatera, guldenroede enzovoort.

Verzorging

Het succes van vaste planten is van een aantal factoren afhankelijk: goede grond, juiste plantafstand en uiteraard gezond uitgangsmateriaal. Planten die het naar hun zin hebben, hebben minder gauw last van kwaaltjes. We zijn bepaald geen voorstander van allerlei chemische bestrijdingsmiddelen. Wat bladluizen op planten is echt geen ramp, eventueel kunnen milieuvriendelijke middelen worden gebruikt. De verzorging bestaat verder uit het wegnemen van uitgebloeide bloemen, het opbinden van hoge planten met slappe stengels, compost tussen de planten strooien, verjongen door planten te rooien, te scheuren en opnieuw uit te planten en water geven.
Er zijn planten die extra lang bloeien als de uitgebloeide bloemen worden weggehaald (hoornviooltjes). Riddersporen bloeien bij gunstig weer voor een tweede keer als ze na de eerste bloei onmiddellijk worden teruggesneden.
Nogal wat planten hebben moeite om overeind te blijven, zeker op wat winderige plaatsen. Hiervoor zijn verschillende handige materialen te koop die, op de juiste wijze (en op tijd!) geplaatst, planten voldoende steun geven waardoor ze fier overeind blijven.
Vaste planten hebben over het algemeen geen grote behoefte aan voedsel. Jaarlijks een laagje al dan niet verrijkte compost tussen de planten volstaat. Na een aantal jaren wordt de bloei van sommige vaste planten echter wat minder en bovendien komen ze vaak te dicht bij elkaar te staan. Na zo’n 4 à 5 jaar de planten oprooien, scheuren en de jongste delen opnieuw uitplanten is een goede methode om een en ander weer op peil te brengen. Andere daarentegen, zoals pioenen, Heleborus (kerstroos), herfstanemonen en vuurwerkplant, kunnen vele jaren op dezelfde plaats blijven en worden alleen maar mooier.
Water geven is een heikel punt. Als je er eenmaal mee begint, moet je ermee doorgaan tot er weer hemelwater valt. Direct na het planten wordt vaak wel extra water gegeven.
Hieronder vindt u een overzicht van de meest populaire vaste planten voor in de tuin.

Stokroos Alcea rosea
Stokroos, Alcea rosea, familie van de Malvaceae. De bloemkleur is rood en de bloeitijd is juli tot en met september. Een stokroos is een romantische plant, die in Denemarken veel te zien is. Stokrozen staan prachtig in een cottagetuin, maar ook in een boeren- of stadstuin mogen ze niet ontbreken. Soms bloeien stokrozen pas het jaar nadat ze geplant zijn. Je geduld wordt echter beloond met prachtige bloemen. De bladeren zijn groen en ongeveer 40 cm hoog. De volwassen hoogte van deze vaste plant is 175 cm. De geadviseerde plantafstand is 33 cm. (7-9 stuks per m2).
Deze plant is zeer geschikt voor een tuin op het zuiden. Verlangt een zonnige, warme plaats op niet te arme grond en buiten de schaduwzone van bomen en heesters. Ze kan gebruikt worden als borderplant, want ze laat zich eenvoudig combineren. Deze plant heeft in de winterbescherming nodig tegen overvloedige regen en sneeuw. In de zomer moet u ervoor waken dat de stokroos niet uitdroogt. Het is een opvallende plant, die ook als solitair geschikt is in de tuin. Hoge planten moeten ondersteund worden. Wanneer opkomende zaailingen groeien op plekken waar je ze niet wilt hebben, kun je ze gewoon weghaen. Geef stokrozen in de lente een goede basisbemesting. Slechte en arme grond kan tot de ziekte roest leiden. Bruine spikkels of randen op de bladeren is het ziektebeeld. De plant gaat er zelden aan dood, maar het is geen mooi gezicht.
Winterhardheid
MatigGrondsoort
Voedzame, goed doorlatende tuingrondVochtigheid
Droog tot vochthoudend
Standplaats
ZonHoogte
175 cm
Blad / loof
Bladverliezend
Bloemkleur
RoodBloeitijd
Juli-septemberBijzonderheden
Geen bijzonderheden

Herfstanemoon Anemone ‘königin charlotte’

Herfstanemoon, Anemone ‘königin charlotte’, is een zeer goede bloeier. Vanaf augustus steken de bloemen mooi boven het sierlijke blad uit. Herfstanemonen, ook wel Japanse anemonen genoemd, bloeien uitbundig als veel andere vaste planten allang over hun hoogtepunt heen zijn: van augustus tot ver in oktober. Voor kleur in het najaar dus zeer ideaal. Het zijn vrij open planten die hun bloemen bepaald niet verbergen. Na de bloei worden ook nog decoratieve zaadpluisjes gevormd, die de plant een nog speelser accent geven in de herfst. Sommige cultivars kunnen wel 150 cm hoog worden. Op anemonen raak je nooit uitgekeken. Het is een zeer heterogene groep planten die zowel hoog in de bergen op de alpenweiden als in de bossen op zeeniveau voorkomt. De hoogte van de plant varieert van amper 10 cm tot ruim 150 cm. De bloeiperioden lopen sterk uiteen. Sommige behoren in onze streken tot de vroege voorjaarsbloeiers (maart) en andere bloeien nog volop in september. De bloemen hebben allerlei verschillende kleuren en zijn eenvoudig van vorm.
In de zon worden de bloemen het grootst, maar ze verdragen ook een lichte schaduw. Iedere normalen, niet te droge tuingrond voldoet aan de eisen van Anemone ‘königin charlotte’.Mocht er langdurige droogte zijn, dan is het verstandig om water te geven. Na het planten vormen herfstanemonen al snel forse pollen. Ze hebben kruipende wortels die enigszins kunnen woekeren, maar ze zijn gemakkelijk los te steken en te verplanten. Herfstanemonen worden echter liever met rust gelaten.
Knip in het vroege voorjaar de oude bovengrondse plantenresten af zonder de jonge scheuten te beschadigen. Bij het schoffelen kunnen beschadigde wortels jonge planten vormen.
Geef in het voorjaar organische mest en breng in de herfst een 5 cm dikke mulchlaag boven de wortels aan.
Winterhardheid
Goed, eerste jaar na aanplant licht vorstgevoeligGrondsoort
Humusrijke losse grondVochtigheid
Normaal
Standplaats
Zon of heel lichte schaduwHoogte
75-100 cmBlad / loof
Bladverliezend 
Bloemkleur
RozeBloeitijd
Augustus-novemberBijzonderheden
Decoratief blad en na de bloei decoratieve zaadpluisjes

Herfstaster Asteraceae ‘prof. Anton kippenberg’

Herfstaster, Asteraceae ‘prof. Anton kippenberg’, bloeit lavendelblauw en wordt vrij hoog: 40 cm. De plant behoort tot de Dumosusgroep, lage herfstaster die kussenvormig groeit, vandaar zijn andere naam: ‘kussenaster’. De bloei is soms zo rijk dat de hele plant onder de bloemen schuil gaat. De bloei begint in augustus en kan aanhouden tot in oktober. De bloemhoofdjes zijn vrij klein en bestaan uit twee delen. De schijf bestaat uit gele tot geelbruine buisbloempjes en hieraan zitten de lintbloempjes die verschillend van kleur kunnen zijn. Dit is afhankelijk van de cultivar: wit, roze, rood en allerlei tinten blauw. De bloemen worden druk bezocht door vlinders. Ook de hoogte van de plant varieert (20-45 cm). Oorspronkelijk groeien kussenasters in Noord-Amerika. Bij ons zien we hem ook wel in potten.
Asters staan altijd vrolijk: in de tuin waar ze veel vlinders en hommels aantrekken of binnen in de vaas. Er bestaan wel 600 soorten asters met grote onderlinge verschillen. Er is een grote diversiteit aan kleuren, hoewel geel weinig voorkomt. De groeihoogte varieert van 25 cm tot wel 2 meter en de bloeitijden lopen uiteen van mei tot oktober. Er is een onderverdeling te maken die gebaseerd is op de bloeitijd. We kennen daarom de volgende verdeling: voorjaars-, zomer- en herfstasters.
Het overgrote deel van de soorten groeit uitstekend in normale tuingrond. Een plaatsje in de zon heeft de voorkeur, maar iets schaduw wordt getolereerd. Droogte wordt ook wel verdragen. Hoge asters kun je het beste wat steun geven omdat ze anders omvallen bij regen of harde wind. Als de bloemen wegblijven, dan kun je het beste de wortels delen en de houtachtig geworden delen verplanten. De kussenaster heeft soms last van meeldauw. Een zonnige plaats met wat wind maakt de kans hierop kleiner. De planten verouderen snel en moeten daarom regelmatig worden gedeeld om ze in goede conditie te houden. Neem daarom om de 3 à 4 jaar de planten op en scheur ze , waarna u ze weer opnieuw kunt planten. Doe dit in het voorjaar. Knip elk jaar de planten af in het voorjaar.
Winterhardheid
GoedGrondsoort
Normale tuingrondVochtigheid
Normaal
Standplaats
Zon of lichte schaduwHoogte
40 cmBlad / loof
Bladverliezend
Bloemkleur
Lavendelblauw met geel hartjeBloeitijd
September-novemberBijzonderheden
Zeer uitbundige bloei

Zonnehoed Echinacea purperea

Zonnehoed, Echinacea purperea, komt uit het Oosten van Noord-Amerika. Hij is al in 1692 naar Europa gebracht. Inmiddels komt hij bij ons in veel tuinen voor. Niet vanwege zijn geneeskrachtige werking, maar vanwege het uiterlijk. De rode zonnehoed krijgt in de zomer namelijk erg ‘bloemige’ bloemen. Ze vallen op door de kleuren en de grootte. De combinatie van een oranjebruin hart met een bijzondere gloed omringd door contrasterende roze blaadjes. Ook als de bloem is uitgebloeid en de roze bloemblaadjes verkleurd omlaag hangen, heeft deze ‘parachute’ nog een grote sierwaarde. Door de bijzondere kleuren combineert hij niet goed met alle planten. Zachtgekleurde soorten Lavatera en Sidalcea staan er in elk geval erg mooi bij. Een extra attractie tijdens de bloei is het komen en gaan van talloze vlinders en hommels.
In het wild komen de planten voor in vrij droge gebieden. De zonnehoed is daarom geschikt voor zonnige standplaatsen en een vruchtbare grond die niet te nat is. De zonnehoed is niet echt sterk. Hij veroudert snel. Als je de plant wenst te behouden dan moet je hem elke 3-4 jaar opnemen, scheuren en opnieuw uitplanten. Een activiteit voor het vroege voorjaar. Hij kan ook niet goed tegen concurrerende planten. Geef deze plant daarom elk najaar een laagje compost van 3 tot 4 cm, zodat hij niet zo hard met andere soorten hoeft te vechten om de nodige voedingsstoffen.
Winterhardheid
GoedGrondsoort                     Normale, voedselrijke grondVochtigheid
Matig
Standplaats
ZonHoogte100-150 cmBlad / loof
Bladverliezend
Bloemkleur
RozeBloeitijdAugustus-oktoberBijzonderheden
Iets windgevoelig

Kerstroos Helleborus niger

Kerstroos, Helleborus niger, komt uit de Oost-Alpen, Apenijnen en Karpaten. Deze plant wordt vaak in bloei getrokken, zodat hij rond de kerst op zijn mooist kan worden aangeboden. In de tuin doet hij het ook erg mooi. Het is een wintergroene vaste plant die 20 tot 40 cm hoog wordt en dikke bladeren heeft. De grote bloemen vouwen zich mooi open, zuiver wit van kleur. In de tuin kan de bloei al in januari beginnen. De witte kleur verandert vrij snel in een roze of groenachtige tint.
De kerst is eigenlijk al voorbij maar in januari kunnen we wel wat kleur gebruiken in de tuin. Het geslacht kerstroos bestaat uit sterke en langzaam groeiende vaste planten. Er zijn zowel wintergroene als niet-wintergroene soorten. De bloei van alle soorten vindt vroeg in het voorjaar plaats. De bloemen zijn vaak knikkend. Omdat de bladeren lang aanblijven en wat verkleuren, is ook de sierwaarde lang. Alle Helleborussoorten zijn giftig.
De meeste kerstrozen groeien bij voorkeur in humusrijke grond die wat kalk bevat. De grond moet ook voedzaam zijn en voldoende vocht kunnen vasthouden. Het zijn loofbosplanten en dat betekent dus dat de tijdens de vroege bloei en de eerste maanden daarna graag zonnig staan en in de zomer zeer dankbaar zijn voor voldoende bescherming tegen de zon.
De planten worden graag met rust gelaten worden; ze kunnen tientallen jaren op dezelfde plek blijven staan. Strooi in het najaar wat bladhumus (niet van eikenblad) bij deze bosplant. Dit stimuleert een goede groei en rijke bloei. Als je vooral van de witte kleur van de Helleborus nigergeniet, kun je hem het best een lichtbeschaduwde standplaats geven, want daar blijven de bloemen langer wit.
Winterhardheid
GoedGrondsoort
Humusrijke grond met wat kalkVochtigheid
Normaal
Standplaats
HalfschaduwHoogte
20-40 cmBlad / loof
Wintergroen
Bloemkleur
Wit, later roze of groenachtigBloeitijd
Januari-februariBijzonderheden
Geen bijzonderheden

Purperklokje Heuchera ‘rachel’

Purperklokje, Heuchera ‘rachel’, wordt zo’n 50 cm hoog en hij bloeit roze in ijle trossen boven bronspruperblad. Van een flink cultivars is de afstammeling niet meer te achterhalen en zijn daarom ondergebracht in de groep ‘hybriden’. Heuchera is een sterke plant en overleeft onze winters gemakkelijk, terwijl het decoratieve blad heel lang blijft zitten.Heuchera ‘rachel’ bloeit in juni-juli, dat is wat korter dan sommige andere Heuchera’s.
De naam purperklokje, zoals Heuchera’s, in Nederland worden genoemd, slaat eigenlijk alleen op een paar soorten die roodpaarse bloemen vertonen. Daar wijst bijvoorbeeld het woord ‘bloedrood’ in de naam Heuchera’s sanguinea op. Dat is dus wel een echt purperklokje.
De naam Heuchera is een vernoeming van Johann Heinrich von Heucher, professor in de geneeskunde. Hij leefde van 1677-1747. Heuchera komt uit Noord-Amerika. Hij groeit daar van Ontario tot Louisiana. De in het wild voorkomende soort heeft weinig sierwaarde, maar de laatste decennia zijn in de VS veel cultivars ontstaan die grote opgang maken. Hierdoor is het een perfecte borderplant. Meerwaarde is dat het blad aanblijft tijdens zachte winters. Hij staat ook fraai in potten. Heuchera vormt forse pollen.
Alle soorten Heuchera staan graag in wat lichte, wisselende schaduw. Humusrijke, voedselrijke grond is absoluut nodig. Alle soorten hebben langgesteelde, hartvormige tot ronde bladeren die soms de hele winter  blijven zitten. De bloemen verschijnen in losse, hoge trossen op stijle stelen. Snoei de planten in het voorjaar, zodat nieuw blad een goed kans krijgt. Geef dan ook een basisbemesting met organische mest. Mest tijdens de bloei nog eens. Bij droogte water geven, want de grond mag niet helemaal uitdrogen. In het begin goed het onkruid tussen de planten wieden. Een groepje Heuchera’s geeft al snel een gesloten bladerdek.
Winterhardheid
GoedGrondsoort
Humusrijke bodemVochtigheid
Matig vochtig
Standplaats
Zon tot halfschaduwHoogte
40-50 cmBlad / loof
Vrijwel wintergroen
Bloemkleur
RozeBloeitijd
Juli-augustusBijzonderheden
Decoratief gekleurd blad

 

Hartlelie Hosta sieboldiana

Hartlelie of funkia, Hosta sieboldiana, komt oorspronkelijk uit Japan. Het is een van de betere hosta’s voor de tuin en het is er een die zeker zeer geliefd is. Je hebt onder de tuinieren liefhebbers van hosta’s en tuinieren die hem verafschuwen.Zij vinden de hosta’s een ouderwetse plant. De planten staan vaak een beetje treurig in de tuin met gaten in hun bladeren die veroorzaakt zijn door slakken. De hostaliefhebber waardeert deze verrassende, bloeiende bladplant . Bij het uitkomen van het blad is deze nog opgerold. Als het voldoende ver boven de grond uitsteekt, rolt het zich sierlijk uit. Dan volgt een periode waarin het blad zich in volle glorie toont. De bladeren van sommige hosta’s krijgen later ook nog een mooie herfstkleur. Als je indien nodig maatregelen treft wordt het blad niet opgevreten door slakken en kun je het hele seizoen van deze sierlijke bladplant genieten.
Naast mmoi blad heeft de hosta vaak ook nog een mooie bloei in een bescheiden kleur. Bij een aantal soorten kan de bloemstengel wel 150 cm hoog worden. Bij mooi weer  worden opvallende zaaddozen gevormd.
De Hosta siboldiana is fors met grote stevige bladeren die breed en hartvormig zijn. De bovenkant van de bladeren is grijsgroen en de onderzijde daarentegen wat groener. De zware bloemtros met bijna witte tot heel licht lila bloemen steekt maar net boven de bladmassa uit. De bloeiperiode valt in juni-augustus.
Hosta’s groeien in elke normale tuingrond, die lichtvochtig is en voldoende voedsel bevat. Een plaats in de lichte schaduw heeft de voorkeur, maar ook in de volle zon doet de hosta het prima mits de grond dan wat extra vochtig is. De hosta kan met allerlei middeltjes tegen slakken beschermd worden, die prima onder de bladeren verborgen kunnen worden. Aangetast blad kun je afsnijden in juli.Als je tuin uit zandgrond bestaat kun je het beste de grond in het voorjaar licht bemesten.
Winterhardheid
GoedGrondsoort
Voedzame tuingrondVochtigheid
Licht vochtig tot vochtig 
Standplaats
Lichte schaduw heeft de voorkeur, zon kan ookHoogte
50-60 cm bladmassa
70 cm bloeihoogteBlad / loof
Bladverliezend
Bloemkleur
Wit tot licht lilaBloeitijd
Juli-augustusBijzonderheden
Karakteristieke bladeren en na de bloei zaaddozen 

 

Lis Iris laevigat

Lis, Iris laevigata, heeft smalle bladeren en hebben geen nerf. Laevigata betekent ‘glad’. Toch staan ze strak rechtop en geven daarmee een verticaal effect in de tuin. Dit valt vooral op aan het water of naast een grasveld. Voor een Iris bloeit hij vrij laat, namelijk pas in juli-augustus.
Neem eens alle irissen samen in gedachten en er ontstaat een palet aan kleuren, een regenboog. Dat is precies wat de naam ‘iris’ betekent. De bron ligt in de Griekse mythologie. De gevleugelde Iris die de goede en slechte boodschappen van de goden naar de mensen bracht. Als door een prisma straalden haar tijdingen naar de aarde, tot in de diepten van de zee. Haar woonplaats was de brug van de regenboog.
Inmiddels kennen we 200 irissoorten. De prachtige bloemen hebben allemaal dezelfde karakteristieke vorm. Er zijn altijd zes bloemblaadjes, waarvan er drie overeind staan. Dat noemen we de standaard. Dan zijn er drie horizontale of hangende bloemblaadjes, die we de lip noemen. Daarom worden de irissen tot de familie van de lipbloemigen. Naast de oorspronkelijke blauwpaarse kleur, zijn er irissen in talloze kleuren. Jammer genoeg kunnen we hier niet zo lang van genieten, want de bloeitijd is kort.
De optimale groeiomstandigheden voor irissen zijn heel verschillend. Sommige groeien bijna in het water, zoals de gele lis, andere houden van droge grond. Echter alle soorten houden van een plaatsje in de zon. De Iris laevigata moet vrij vochtig staan. Snijd deze plant in het voorjaar af.
Winterhardheid
RedelijkGrondsoortHoudt niet van kalkVochtigheid

Vrij vochtig

Standplaats
ZonHoogte
60-90 cmBlad / loof
Bladverliezend
Bloemkleur
BlauwpaarsBloeitijd
Augustus-septemberBijzonderheden
Geen bijzonderheden

 

Lavendel Lavandula augustifolia ‘silver blue’

De ‘echte’ lavendel, Lavandula augustifolia ‘silver blue’, krijgt in de zomer mooie viloetkleurige bloemen. Lavendel is al een aantal jaren een trendy tuinplant. Daar zijn een aantal redenen voor. Lavendel geurt heerlijk en wordt intensief bezocht door bijen, hommels en vlinders. Vanwege de geur is lavendelolie een belangrijke grondstof voor zeep, parfum en eau de cologne. Daarnaast heeft dit welriekende struikje decoratieve, groengrijze bladeren, die in de winter aan de plant blijven. Hij staat erg mooi in borders, rotstuinen en zelfs als haagje. Vaak wordt lavendel in kruidentuinen aangeplant omdat de meeste kruiden er niet zo mooi uitzien. De oorsprong van lavendel is het Middellandse Zeegebied. Daar zijn enorme velden te zien en de omgeving van ‘parfumplaatsen’ zoals Grasse in Frankrijk. Lavendel wordt maximaal een halve meter hoog en is vooral in jonge toestand sterk behaard. Ook het beperkte onderhoud draagt bij aan de populariteit van lavendel.
De naam Lavandula komt van het Latijnse woord ‘lavare’ wat ‘wassen’ betekent. De Romeinen en de Grieken gebruikten lavendel als badkruid, zowel vanwege de geur als de therapeutische werking. Echte lavendel heeft verschillende medicinale eigenschappen. Het heeft een zeer kalmerende werking bij stress. Augustifolia betekent smalbladig. De blaadjes van Lavandula augustifolia zijn eerst grijzig, maar worden steeds groener. De bloemetjes zijn donkerblauw en bloeien in juni en juli. Hoe meer lavendel in de zon staat, hoe intensiever de kleur wordt.
Lavendel is geschikt voor droge, maar humusrijke grond. Een rijke bloei krijg je als je lavendel in de zon plaatst. Knip uitgebloeide aren direct weg om sterke compacte struikjes te behouden die goed blijven bloeien. Terugsnoeien na de vorst tot 10 cm is aanbevolen. In het voorjaar kun je scheuten die het haar ervoor hebben gebloeid snoeien. Knip echter nooit te diep in de struik. In de winter is stagnerend vocht in de bodem slecht voor de plant. In strenge winters kan de lavendel bevriezen, maar dat is geen probleem. Na een snoeibeurt in het voorjaar loopt de plant gewoon weer uit. Een beetje kalk in de bodem is goed voor lavendel.
Winterhardheid
GoedGrondsoort
KalkhoudendVochtigheid
Droog 
Standplaats
ZonHoogte
30-40 cmBlad / loof
Wintergroen
Bloemkleur
VioletBloeitijd
Juli-augustusBijzonderheden
De bloemen verspreiden een heerlijke geur.
Aantrekkingskracht vlinders, bijen en hommels

 

Kattenkruid Nepeta racemosa ‘Grog’

Kattenkruid, Nepeta racemosa ‘Grog’, heeft mooie paarsblauwe bloemen die naar citroen ruiken. Kenmerkend voor Nepeta racemosa, zijn de behaarde bloemen. Het blad is smal en viltig en geurt zeer aangenaam. Het is een mooie borderplant, die wollig over de randen heen kan hangen en zo een informele sfeer in de tuin creëert. Nepeta racemosa is ook wel bekend onder de naam Nepeta mussinii.
Kattenkruid is een bijzondere plant en de geur van sommige soorten maakt bij katers seksuele gevoelens los. Zij wentelen zich dan met veel plezier in deze plant, waardoor er soms een uiteengevallen plant overblijft. Uitgebloeide bloemen worden vanwege de geur in speeltjes voor katten verwerkt als vulling. Kattenkruid wordt vaak in de tuin gezet omdat deze plant zich goed laat combineren met een groot aantal andere planten. Het past bij roze en blauwe bloemen en staat uitstekend bij siergrassen. Dat komt door de meestal paarsblauwe bloemetjes en de neutrale grijzee behaarde blaadjes. Dit laatste is in het algemeen een aanwijzing dat een plant zich thuis voelt op droge grond. De beharing houdt het verdampen van water namelijk tegen. Kattenkruid staat daarom het best in niet te natte grond.
De meeste soorten kattenkruid staan het best op zonnige plaatsen in een drogere bodem. Bij slecht weer of een slechte standplaats hebben de planten de neiging uiteen te vallen. Het zijn wel woekerende planten die in toom gehouden moeten worden. Snijd de plant daarom elk voorjaar af om hem op zijn plaats te houden. Op de top van zijn bloei in juli kun je de plant tot 10 cm boven de grond afsnijden. Dat geeft de plant een tweede bloei en houdt hem beter in vorm. Het is belangrijk deze plant niet te bemesten. Hij houdt van een arme bodem.
Winterhardheid
Redelijk goedGrondsoort
Normale, goed doorlatende tuingrondVochtigheid
Matig vochtig
Standplaats
Zon tot halfschaduwHoogte
30 cmBlad / loof
Bladverliezend
Bloemkleur
BlauwpaarsBloeitijd
juli-november
Bijzonderheden
Sterk geurend waar katten op af komen

 

Pioenroos Paeonia ‘Eva’

Pioenroos Paeonia ‘Eva’, heeft stevige bloem- en bladstelen en doet het daarom goed als snijbloem. Het is een zeer rijk bloeiende plant. De pioen is een van de oudste siergewassen. Het is de nationale bloem van China en wordt Mudan genoemd. Er is een legende waarin verteld wordt dat de keizerin Wu Zetian wilde dat alle bloemen van Xian samen zouden bloeien. Alle bloemen gehoorzaamden haar, behalve Mudan. Zij bleef trouw aan de natuur. Nog steeds wordt de pioen gewaardeerd om haar standvastigheid en liefde voor de natuur.
Paeonia is afgeleid van de Griekse Paion, de geneesheer van de goden. De zaden van Paeonia zouden een geneeskrachtige werking hebben. Het zou vallende ziekte en nachtmerries tegengaan, Pioenen verschijnen in april, mei en juni en worden ongeveer 80 cm hoog.
De pioen staan bij voorkeur op een plaats met enkele uren zon per dag. Ze hebben een uitgesproken voorkeur voor voedzame grond die voldoende kalk bevat. In de groeiperiode is voldoende vocht noodzakelijk. ’s Winters moet de grond vlot afwateren.
Wanneer je de pioenen na de bloei in juli beendermeel geeft en in het vroege voorjaar ook nog gedroogde koemest, word je beloond met prachtige bloemen. Grote bloemen moeten ondersteund worden. Houd er rekening mee dat ze een lange tijd op dezelfde plaats moeten staan, voordat ze veel bloemen geven.
Winterhardheid
GoedGrondsoortZavel of kleigrondVochtigheid

Redelijk vochtig

Standplaats
ZonHoogte
80 cmBlad / loof
Bladverliezend 
Bloemkleur
RozeroodBloeitijd
april-juniBijzonderheden
Geschikt als snijbloem 

 

Vlambloem Phlox subulata

Vlambloem of floks, Phlox subulata, is een prachtige bodembedekker die ook in de winter zijn kleur behoudt. Daarnaast is Phlox subulata een plant die zich in rap tempo uitbreidt. In het voorjaar verschijnen ontelbare witte of karmijnrode bloempjes.
Floksen zijn er wel in 60 soorten. De uiterlijke verschillen zijn erg groot. Zo zijn er kruipende soorten die maar acht cm hoog worden en soorten die gemakkelijk doorgroeien naar 150 cm. De bladeren zijn ook heel divers: van priemvormig tot ovaal. Er zijn soorten die al in april bloeien en anderen bloeien in september nog. Alle kleuren zijn vertegenwoordigd, alleen geel komt zelden voor.
Vooral de hogere floksen hebben een grote aantrekkingskracht op vlinders en het zijn echte genieters van volle zon.
Phlox subulata, heeft humusrijke, voedzame en vochthoudende grond nodig. En bij voorkeur een zonnige standplaats. Staat de plant teveel in de schaduw, dan is de kans op aantastingen (onder andere meeldauw) groter. Een beetje koemest in het voorjaar doet Phlox subulata goed en verminder ook de kans op ziektes.
Winterhardheid
GoedGrondsoort
Voedselrijke en vochtige grondVochtigheid
Matig vochtig 
Standplaats
Volle zonHoogte
10 cmBlad / loof
Groenblijvend 
Bloemkleur
Karmijnrood en witBloeitijdMei-juliBijzonderheden
Geen bijzonderheden

 

 

Bossalie Salvia nemorosa ‘Mainacht’

Bossalie Salvia nemorosa ‘Mainacht’, bloeit al in mei met donkerviolette bloemen en wordt zo’n 50 cm hoog. Salvia’s zijn vaak nogal opvallend, zo ook Salvia nemorosa ‘Mainacht’. Naast de tuinsalie, die meestal in de kruidentuin staat, zijn er nog honderden soorten met allemaal sterke eigenschappen. Zij zijn mooi, stellen weinig eisen en zijn sterk. Het mooie van de Salvia nemorosa ‘Mainacht’ zit hem in de bloemen die in lente of zomer bloeien. Na de bloei blijven vaak de paarse schutbladeren tot de herfst aan de plant. De sierwaarde is daardoor extra groot. Het blad is ook mooi, meestal met een grijze beharing. Ook dit blijft lang aan de plant, in zachte winters tot bijna in de lente. De sterkte houdt in dat deze planten stevig staan en niet windgevoelig zijn. Sommige soorten zijn niet helemaal winterhard. Geef ze daarom altijd een plaats in de zon. Voor de rest groeit deze Salvia nemorosa ‘Mainacht’ overal.
Alle salvia’s hebben vierkante stengels, een vorm die weinig voorkomt in de natuur. De bossalie of Salvia nemorosa (nemus is bos, amorosa is minnend) staat al jaren in de top 10 van de meest gebruikte borderplanten. Het is de sterkste saliesoort, die goed winterhard is en in veel tinten blauw tot violet verkrijgbaar is.
Salvia nemorosa ‘Mainacht’ doen het overal goed, zolang de grond maar niet te nat is. Op kalkhoudende grond staan ze het best. Strooi daarom elk voorjaar wat kalk bij deze soorten.
Winterhardheid
GoedGrondsoort
Normale tuingrondVochtigheid
Normaal
Standplaats
ZonHoogte
50 cmBlad / loof
Bladverliezend
Bloemkleur
DonkervioletBloeitijd
Mei-augustusBijzonderheden
Aantrekkingskracht vlinders, bijen en hommels

 

Vetkruid Sedum ‘Herbstfreude’

Vetkruid, Sedum ‘Herbstfreude’, heeft fraaie purperrode bloemtuilen die pas in september gaan bloeien en in de winter meestal nog mooi blijven. Het aardige aan deze kweekvorm is dat de bloemschermen wat onregelmatig van vorm zijn, waardoor het een speelse en minder voorspelbare indruk geeft. De plant Sedum ‘Herbstfreude’ wordt 50 cm hoog en wordt ook wel ‘Autumn Joy’ genoemd.
Er is een grote variëteit aan soorten Sedum: van kamerplanten die van oorsprong uit Mexico komen, eenjarige planten tot struikachtige planten. Ze zijn zeer populair in de tuin, omdat ze laat bloeien en daardoor in het najaar extra kleur geven aan de tuin. De bloemen zijn net kleine sterretjes die dicht bij elkaar zitten. Ook in de winter zijn de uitgebloeide bloemen een fraai gezicht, vooral boven een laagje sneeuw. Een andere reden voor de populariteit is dat Sedum in de top tien van de vlinderplanten staat.
De bladeren van alle soorten zijn opslagplaatsen voor vocht. Als het lange tijd droog is geweest wordt dit vocht gebruikt. In natte perioden wordt het vocht weer opgeslagen. Dat gaat het beste als de plant in de zon staat. Op het oppervlak van het blad zit een beschermende wasachtige laag, wat de verklaring is voor de Nederlandse naam.
Het overgrote deel van deze planten groeit in normale tuingrond en kunnen daar heel oud worden. De meeste geven de voorkeur aan de zon. Door vorst afgestorven plantendelen kun je in het voorjaar verwijderen.
Hoewel de meeste soorten Sedum niet zo hoog worden, kunnen enkele soorten een hoogte bereiken waardoor ze gemakkelijk omvallen. Zet er tijdig een plantensteuntje bij.
Winterhardheid
GoedGrondsoort
Elke normale, goed doorlatend tuingrondVochtigheid
Normaal
Standplaats
ZonHoogte
50 cmBlad / loof
Halfwintergroen 
Bloemkleur
PurperroodBloeitijd
September-novemberBijzonderheden
Oude bloemschermen zijn in de winter decoratief
Aantrekkingskracht vinders

 

 

LEAVE YOUR COMMENT

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close